Algemeen Internet Software Toetsing Toegankelijke Bouwers

Menu

Logo inspectie Raad van Accreditatie I-184
Geaccrediteerd voor inspectie voor het Waarmerk drempelvrij.nl

naar het W3C

Uitleg Webrichtlijnen en Drempelvrij richtlijnen (geordend per categorie)

Hieronder staan de Webrichtlijnen geordend op nummer en gesorteerd per categorie. Het ijkpuntnummer fungeert als link naar een uitgebreide uitleg en voorbeelden.


Lever equivalente alternatieven voor auditieve en visuele content

IJkpunt 1.1: Lever een tekstequivalent voor elk niet-tekstueel element

IJkpunt 1.2: Lever tekstlinks voor ieder actief gebied van een server-side image map

IJkpunt 1.3: Totdat user agents automatisch de tekst van een beeldspoor hardop kunnen voorlezen kan je een auditieve beschrijving geven van de belangrijke informatie van het beeldspoor van een multimediapresentatie

IJkpunt 1.4: Voor iedere tijdgerelateerde multimediapresentatie, bijvoorbeeld een (animatie)film, kan je equivalente alternatieven synchroniseren (bijvoorbeeld onderschriften of auditieve beschrijvingen van het beeldspoor) met de presentatie

Vertrouw niet op de kleur alleen

IJkpunt 2.1: Zorg ervoor dat alle informatie die met behulp van kleur wordt overgebracht ook beschikbaar is zonder kleur, bijvoorbeeld uit de context of uit de opmaak

IJkpunt 2.2: Zorg ervoor dat combinaties van voorgrond- en achtergrondkleur voldoende contrast geven, als ze gezien worden door iemand met kleurenblindheid of als ze op een zwart-wit beeldscherm zijn te zien. [Prioriteit 2 voor afbeeldingen, Prioriteit 3 voor tekst].

Gebruik opmaak- en style sheets en doe dit op de juiste manier

IJkpunt 3.1: Als er een geschikte opmaaktaal bestaat, gebruik dan liever opmaak dan afbeeldingen om informatie over te brengen.

IJkpunt 3.2: Creëer documenten die zich conformeren aan een gepubliceerde formele grammatica.

IJkpunt 3.3: Gebruik style sheets om de layout en de presentatie te sturen.

IJkpunt 3.4: Gebruik liever relatieve eenheden dan absolute eenheden als je in markuptalen waarden toekent aan attributen en eigenschappen in style sheets.

IJkpunt 3.5: Gebruik headerelemenen om de documentstructuur over te brengen en gebruik ze volgens de specificatie.

IJkpunt 3.6: Maak lijsten en lijstelementen op de juiste manier op.

IJkpunt 3.7: Opmaak citaten. Gebruik het citaat-element niet om formatteringseffecten te bereiken, zoals inspringen.

IJkpunt 3.8: Gebruik het p (paragraph) element voor het aangeven van paragrafen. Gebruik niet het br (linebreak) element voor het scheiden van paragrafen.

IJkpunt 3.9: Gebruik het em (emphasis) en strong element voor het aangeven van nadruk.

IJkpunt 3.10: Gebruik het dfn (definition) element voor het aangeven van termen, elders gedefinieerd in een definitielijst.

IJkpunt 3.11: Gebruik het ins (insertion) en del (deletion) element voor het aangeven van regelmatige wijzigingen in de inhoud van een pagina.

IJkpunt 3.12: Vermijd het gebruik van het sup (superscript) en sub (subscript) element waar mogelijk.

Geef het gebruik van de natuurlijke taal aan

IJkpunt 4.1: Geef duidelijk veranderingen aan in de natuurlijk taal van de documenttekst en van alle tekstequivalenten (bijvoorbeeld onderschriften)

IJkpunt 4.2: Specificeer de uitwerking van elke afkorting of van elk acroniem in een document waar die het eerst voorkomt.

IJkpunt 4.3: Geef de voornaamste natuurlijke taal van een document aan.

IJkpunt 4.4: Het maken van een taalkeuze dient voor de bezoeker mogelijk te zijn op iedere pagina in de site.

IJkpunt 4.5: Gebruik voluit geschreven (tekstuele) links naar de taalvarianten.

IJkpunt 4.6: Schrijf links naar taalvarianten in hun corresponderende taal.

IJkpunt 4.7: Gebruik geen associaties met nationaliteiten voor taalkeuze.

IJkpunt 4.8: Links voor taalkeuze dienen op een duidelijke en consistente plaats in de navigatie van de site te staan.

Creëer tabellen die zich netjes laten transformeren

IJkpunt 5.1: Voor tabellen met data: geef rij- en kolom-headers aan

IJkpunt 5.2: Gebruik voor datatabellen met twee of meer logische niveaus van rij- of kolomheaders opmaak om data- en headercellen te associëren

IJkpunt 5.3: Gebruik geen tabellen voor layout, tenzij de tabel ook zinvol is bij linearisering. Lever anders, als de tabel geen betekenis heeft een gelijkwaardig alternatief (bijvoorbeeld een gelineariseerde versie).

IJkpunt 5.4: Als een tabel wordt gebruikt voor layout, gebruik dan geen structurele opmaak om visueel te formatteren.

IJkpunt 5.5: Lever samenvattingen voor tabellen.

IJkpunt 5.6: Lever afkortingen voor headerlabels.

Zorg ervoor dat pagina’s die met nieuwe technologieën werken zich netjes laten transformeren

IJkpunt 6.1: Organiseer documenten zo dat ze zonder style sheets gelezen kunnen worden. Als bijvoorbeeld een HTML-document wordt weergegeven zonder bijbehorende style sheets, moet het nog steeds mogelijk zijn om het document te lezen

IJkpunt 6.2: Zorg ervoor dat equivalenten voor dynamische content worden geactualiseerd, als de dynamische content verandert

IJkpunt 6.3: Zorg ervoor dat pagina's bruikbaar zijn, als scripts, applets of andere programmaobjecten uitstaan of niet worden ondersteund. Als dit niet mogelijk is, lever dan equivalente informatie op een alternatieve toegankelijke pagina

IJkpunt 6.4: Zorg er in het geval van scripts en applets voor dat event handlers onafhankelijk zijn van het invoerapparaat.

IJkpunt 6.5: Zorg ervoor dat dynamische content toegankelijk is of lever een alternative presentatie of pagina.

Zorg voor gebruikersbediening bij tijdgevoelige veranderingen in content

IJkpunt 7.1: Geef het scherm geen gelegenheid om te flikkeren totdat user agents gebruikers in staat stellen flikkering te sturen

IJkpunt 7.2: Laat de content niet knipperen (i.e. verander de presentatie in een regelmatig tempo, zoals aan- en uitzetten) totdat user agents gebruikers in staat stellen het knipperen te sturen.

IJkpunt 7.3: Vermijd beweging in pagina's totdat user agents gebruikers in staat stellen bewegende content te bevriezen.

IJkpunt 7.4: Creëer geen periodiek zelfverversende pagina's totdat user agents de mogelijkheid bieden die zelfverversing te stoppen.

IJkpunt 7.5: Gebruik geen opmaak om pagina's automatisch te redirecten totdat user agents de mogelijkheid leveren om auto-redirect te stoppen. Configureer in plaats daarvan de server om redirects uit te voeren.

Zorg voor directe toegankelijkheid van ingebedde gebruikersinterfaces

IJkpunt 8.1: Maak programma-elementen als scripts en applets direct toegankelijk of compatibel met hulptechnologieën [Prioriteit 1 als functionaliteit belangrijk is en niet elders gepresenteerd, anders Prioriteit 2.]

Ontwerp apparaatonafhankelijkheid

IJkpunt 9.1: Lever client-side image maps in plaats van server-side image maps behalve waar de gebieden niet kunnen worden gedefinieerd met behulp van een beschikbaar geometrisch model

IJkpunt 9.2: Zorg ervoor dat elk element dat zijn eigen interface heeft aangestuurd kan worden op een apparaatonafhankelijke manier.

IJkpunt 9.3: Specificeer voor scripts liever logische event handlers dan apparaatafhankelijke event handlers.

IJkpunt 9.4: Creëer een logische volgorde van tabs door middel van links, formulierbesturing en objecten.

IJkpunt 9.5: Ontzie het accesskey attribuut. Als toch besloten wordt dit attribuut toe te passen, gebruik het alleen op links die door de hele site onveranderd blijven (bijvoorbeeld hoofdnavigatie) en beperk de sneltoetscombinaties tot nummers.

IJkpunt 9.6: In het geval dat belangrijke informatie via een gesloten standaard wordt aangeboden, dient men dezelfde informatie ook via een open standaard aan te bieden.

IJkpunt 9.7: Specificeer de UTF-8 karakterset voor webpagina's.

Gebruik interimoplossingen

IJkpunt 10.1: Totdat user agents gebruikers toestaan om het ongewild openen van nieuwe vensters uit te zetten, is het beter om geen pop-ups of andere vensters te laten verschijnen en het actuele venster niet te veranderen zonder de gebruiker daarover te informeren.

IJkpunt 10.2: Totdat user agents expliciete associaties tussen labels en formulierelementen ondersteunen, is het verstandig om bij alle formulierelementen met impliciet geassocieerde labels ervoor te zorgen dat de label netjes is gepositioneerd.

Gebruik W3C-technologieën en -richtlijnen

IJkpunt 11.1: Gebruik W3C-technologieën als ze beschikbaar zijn en geschikt voor een klus en gebruik de jongste versies als ze ondersteund worden.

IJkpunt 11.2: Vermijd afgekeurde eigenschappen van W3C-technologieën.

IJkpunt 11.4: Als je ondanks alle inspanningen geen toegankelijke pagina kan creëren, lever dan een link naar een alternatieve pagina die W3C-technologieën gebruikt, toegankelijk is, equivalente informatie (of functionaliteit) heeft en even vaak wordt geactualiseerd als de ontoegankelijke (oorspronkelijke) pagina

IJkpunt 11.5: Bij het aanpassen van een bestaande website: gebruik van HTML 4.01 of XHTML 1.0 alleen de Transitional variant als het gebruik van de Strict variant onmogelijk of onwenselijk is.

IJkpunt 11.6: Bij het bouwen van een nieuwe website: gebruik van HTML 4.01 of XHTML 1.0 uitsluitend de Strict variant.

Lever informatie over context en oriëntatie

IJkpunt 12.1: Geef elk frame een titel, zodat je identificatie en navigatie van een frame vergemakkelijkt

IJkpunt 12.2: Beschrijf het doel van frames en hoe frames met elkaar te maken hebben, als het niet uit frametitels alleen blijkt.

IJkpunt 12.3: Verdeel grote blokken informatie onder in meer beheersbare groepen, waar dit natuurlijk en juist is.

IJkpunt 12.4: Associeer labels expliciet met hun besturingsmechanismen.

IJkpunt 12.5: Zet de inhoud van de pagina in de HTML broncode op volgorde van belangrijkheid.

Lever duidelijke navigatiemechanismen

IJkpunt 13.1: Identificeer duidelijk het doel van elke link.

IJkpunt 13.2: Lever metadata om semantische informatie toe te voegen aan pagina's en sites.

IJkpunt 13.3: Geef informatie over de algemene layout van een site (bijvoorbeeld een site map of een inhoudsopgave).

IJkpunt 13.4: Gebruik navigatiemechanismen op een consistente wijze.

IJkpunt 13.11: Gebruik het minimum aan tekst dat nodig is om te begrijpen waar de link naartoe leidt.

IJkpunt 13.12: Maak het tabben naar links niet onmogelijk. Verwijder niet de focus rectangle rondom een link of de mogelijkheid tot focus op een link.

IJkpunt 13.13: Links naar e-mail adressen: het e-mail adres waaraan het te versturen bericht is gericht dient zichtbaar te zijn in de linktekst.

IJkpunt 13.14: Links naar e-mail adressen: de URL in het href attribuut van een link naar een e-mail adres, mag alleen het mailto protocol en een e-mail adres bevatten.

IJkpunt 13.15: Pas geen technische maatregelen toe op de website om een e-mail adres te verhullen voor spam robots.

IJkpunt 13.16: Ga uiterst voorzichtig om met het publiceren van e-mail adressen van bezoekers van de website. Informeer de bezoeker over welke gegevens worden gepubliceerd op de site, of publiceer het e-mail adres van de bezoeker niet.

IJkpunt 13.17: Bij het aanbieden van downloadbare bestanden, informeer de bezoeker over hoe deze te downloaden en vervolgens te gebruiken.

IJkpunt 13.18: Serveer bestanden met het correcte MIME type.

IJkpunt 13.19: Gebruik voor iedere pagina een unieke, beschrijvende titel.

Zorg ervoor dat documenten duidelijk en simpel zijn

IJkpunt 14.1: Gebruik de duidelijkste en eenvoudigste taal die zich leent voor de content van een site

IJkpunt 14.4: Lever mechanismen die site-gerelateerde problemen voor bezoekers helpt op te lossen.

IJkpunt 14.5: Produceer unieke, onveranderende URL's.

IJkpunt 14.6: URL’s zijn leesbaar en herkenbaar.

IJkpunt 14.7: Schrijf korte, bondige tekst, waarin de belangrijkste boodschap bovenaan de pagina al wordt genoemd.

Formulieren

IJkpunt 15.1: Als een bezoeker persoonlijke gegevens dient op te geven, laat deze dan weten wat er met die gegevens gedaan zal worden, bijvoorbeeld in de vorm van een privacyverklaring.

IJkpunt 15.2: Verg van een bezoeker via een formulier niet meer informatie op te geven dan noodzakelijk is voor het doel van het formulier.

IJkpunt 15.3: Geef aan welke velden verplicht of optioneel zijn om in te vullen.

IJkpunt 15.4: Voorzie in alternatieve contactmogelijkheden, zoals adresgegevens, telefoonnummers of e-mailadressen, indien deze beschikbaar zijn.

IJkpunt 15.5: Laat de bezoeker weten wat er met het formulier na verzending gedaan zal worden.

IJkpunt 15.6: Geef de bezoeker de mogelijkheid tot archivering van zijn reactie.

IJkpunt 15.7: Stuur de bezoeker na het invullen en versturen van een formulier een bevestiging dat zijn bericht is aangekomen bij de ontvanger (autoreply).

IJkpunt 15.8: Geef voorafgaande aan complexe formulieren de bezoeker een indruk van hoe groot het formulier is.

IJkpunt 15.9: Noem van te voren documenten die de bezoeker (eventueel) nodig heeft bij het invullen van het formulier.

IJkpunt 15.10: Voorzie formulieren van instructies voor de bezoeker waar nodig, met name bij de invoervelden waar ze toedoen.

IJkpunt 15.11: Voeg geen herstel (reset) knoppen toe aan een formulier.

IJkpunt 15.12: Wees terughoudend met het gebruik van CSS voor invoervelden en formulierknoppen.

IJkpunt 15.13: Gebruik het tabindex attribuut om van de standaard tab-volgorde op formuliervelden af te wijken wanneer deze volgorde niet toereikend is voor correct gebruik van het formulier door toetsenbordgebruikers.


©2012 Stichting Accessibility. Disclaimer | Privacy policy | XHTML en CSS valide

Login